MiMiKindercoach
← MiMi Kindercoach

Driftbuien bij peuters

Een peuter die gillend op de grond ligt is niet stout en niet verwend. Hij heeft een gevoel dat groter is dan hij zelf, en nog geen manier om dat op te lossen. Dat maakt het niet makkelijker om ernaast te staan.

Wat er op dat moment gebeurt

Tussen ongeveer anderhalf en vier jaar wil een kind heel veel zelf, en lukt dat nog lang niet altijd. Het wil iets, krijgt het niet, en heeft geen woorden om dat uit te leggen of om zichzelf te kalmeren. Wat er dan overblijft is het lichaam: schreeuwen, slaan, op de grond gaan. Een peuter kiest daar niet voor. Hij is er zelf ook door overvallen.

Dat is ook waarom uitleggen tijdens een driftbui meestal niet werkt: een jong kind is op zo’n moment veel minder goed in staat om uitleg te verwerken of rustig na te denken. Praten komt daarna. En er is goed nieuws: naarmate een kind meer woorden krijgt en andere manieren vindt om gevoelens te uiten, worden de buien bij veel kinderen geleidelijk minder.

Wat vaak helpt

Wat vaak niet werkt

Niet omdat ouders het verkeerd doen, maar omdat het logisch voelt en toch averechts uitpakt: meepraten en blijven uitleggen, het gevoel wegwimpelen („niet zo boos doen”), toegeven halverwege de bui om het te laten stoppen, of zelf harder gaan praten. Bij dat laatste hoort ook: dat lukt niemand altijd. Dat je er zelf doorheen schiet, zegt dat je uitgeput bent, niet dat je een slechte ouder bent.

Als het thuis vastgelopen is

Soms weet je best wat er nodig is, maar eindigt elke dag toch op dezelfde manier. Dan helpt het om er iemand bij te hebben die rustig meekijkt naar wat er in jullie gezin precies gebeurt, en wat er haalbaar is — niet in theorie, maar bij jullie, met de kinderen die je hebt en de dagen die je hebt. Daar zijn meestal een paar gesprekken voor nodig.

Zit je ergens anders mee, of blijf je het gevoel houden dat er meer speelt, zeg dat dan gerust in de kennismaking. Dan kijken we daar samen naar.